Wij bekijken het beantwoorden van de vraag ‘hoe dan?’ vanuit vier perspectieven: overtuigingen, geld en de business case, rechten en plichten, en bestuur.
7.1 Overtuigingen
Om een grootschalige transitie in gang te zetten, moeten twee bestaande overtuigingen veranderen: de overtuiging dat het individuele belang boven het collectieve gaat en de overtuiging dat kiezen voor klimaat en biodiversiteit ten koste gaat van onze levenstandaard.
Om met dat laatste te beginnen: dat beeld is wel aan het kantelen. De energietransitie komt langzaam op stoom, de acceptatie van zonnepanelen (op daken!) en elektrische auto’s is toegenomen en het besef dat we bloemen en planten ruimte moeten geven om zo de insecten en vogels een kans te geven, groeit ook. Veel mensen voelen urgentie en zodra mensen er in hun portemonnee voordelen zien, veranderen ze al snel. Het is dan wel belangrijk om langdurige prikkels te geven die zekerheid bieden.
Wanneer we de link gaan leggen tussen het bouwen van huizen en het creëren van natuur, dan zal de acceptatie snel nog verder toenemen. Velen willen de ruimte krijgen om in nieuwe woonconcepten te wonen, zoals op herontwikkelde boerenerven, in tiny houses en in collectieve, betaalbare landgoederen. Zodra mensen zien dat er meer natuur in Nederland ontstaat waarin gewoond en gerecreëerd kan worden, zal ook de maatschappelijk steun steeds verder groeien.
De overtuiging die moeilijker te veranderen is, is de gedachte dat het individuele belang het hoogste goed is. Het individuele zal weer in balans gebracht moeten worden met het collectieve belang. De afgelopen honderd jaar is de balans steeds meer in de richting van het individuele belang komen te liggen. Wat begon als het neerleggen van individuele rechtsbescherming en fundamentele grondrechten is langzaam maar zeker zó richting het liberale denken geschoven dat het denken vanuit het individuele belang de norm is geworden. De consequenties daarvan zijn vaak positief, maar kunnen ook op gespannen voet staan met de collectieve belangen. Corona heeft dat goed blootgelegd: het collectieve belang van de volksgezondheid mocht in de ogen van vrijwel iedereen niet botsen met de individuele vrijheden als het recht op privacy, de eigen keuze voor een vaccinatie of het risico van (zeldzame) bijwerkingen van zo’n vaccin.
Keuzes voor het bestrijden van de klimaat- en biodiversiteitscrises worden door de meesten ook gemaakt vanuit het individuele keuzerecht: isolatie van huizen, het aanleggen van zonnepanelen, het succesvol bezwaar kunnen maken tegen de aanleg van windmolens of voedselbossen, etc.
Bij het aandragen van oplossingen denken we zowel vanuit het individuele als het collectieve belang. Zo willen wij grondeigenaren de keuze geven om een ruimhartig aanbod te aanvaarden waardoor ze vrijwillig kunnen meedoen aan het natuurrijker maken van Nederland. Tegelijkertijd pleiten wij voor een betere balans in het collectieve belang, net als corona ons daar ook toe heeft gedwongen. Als de nood hoog is, kunnen we dat. Als samenleving moeten we op veel niveaus samenwerken om de transformatie mogelijk te maken. Collectieve waarden zullen verenigd moeten worden met individuele keuzevrijheden. Daarvoor zullen procedures helderder en eenvoudiger moeten worden om op tijd de nodige veranderingen te kunnen bereiken.
7.2 Geld en de business case
Op dit moment zijn natuurgebieden in economische termen vooral kostenposten. Zo wordt het in iedere geval benaderd. Natuur kost geld om aan te leggen en te beheren, en heeft een lage monetaire waarde. Met de geleidelijke stijging van de CO2 prijzen neemt de opbrengst wel iets toe, maar nog lang niet genoeg om zonder subsidies een economische motivatie te hebben om er grootschalig in te investeren.
In onze business case wordt de waarde van bouwgrond van woningen als hefboom gebruikt voor het creëren van natuur. Het grote verschil in de marktwaarde van landbouwgrond versus woningbouwgrond kan ingezet worden als de economische motor van de transitie. Landeigenaren krijgen een prachtige premie om hetzij grond te verkopen hetzij een transitie te maken naar een natuur-inclusieve vorm van voedselproductie. Daarmee ontstaat de ruimte voor alle natuur-, voedsel en woningkeuzes die we hiervoor uiteen hebben gezet.
Voor de individuele landeigenaar pakt dit aanbod heel goed uit: een stoppende boer kan op een goede wijze met pensioen en in de eigen woning blijven, een boer die door wil gaan, kan een gezond nieuw businessmodel neerzetten en landeigenaren die hun grond verpachten kunnen deze zelfde keuzes ook maken voor de grond die zij beheren en verpachten. Deze modellen hebben we uitgewerkt in deel 1 van het plan Natuurrijk Nederland.
De roep om centrale regie is de afgelopen maanden steeds luider geworden. Het beeld dat het huidige lokale beleid tot ongewenste situaties leidt, wordt door velen gedeeld.
Een aanbod vanuit de overheid verstoort vanzelfsprekend de huidige economische verhoudingen. Prijzen van gronden rond de grote steden in het westen van het land zijn erg hoog: het is ondenkbaar dat een agrariër een nieuwe onderneming kan beginnen met deze grondprijzen. De verwachting dat daar ooit ruimte voor woningen gaat ontstaan drijft die prijzen op. De economische realiteit van vandaag dwingt bijna tot het creëren van die woningen in die gebieden.
De business case en keuzes die wij hebben aangereikt, maakt het juist logischer om dat niet te doen. Vanuit het perspectief van de natuur, klimaat en geld is het verstandiger om steden te begrenzen door stadskransen, om zo het niveau van natuur en leefklimaat te verhogen, en woonontwikkeling te stimuleren in de hoger gelegen gebieden van Nederland.
Een centraal gestuurd aanbod van een premie op de marktprijs zal juist voor de minder vruchtbare gronden in de gebieden buiten de Randstad aantrekkelijk zijn - daar is immers de speculatieve druk minder hoog en is het dus aantrekkelijker om grond om te zetten in natuur.
Aanvullingen op de business case
Een aantal mensen heeft ons erop gewezen dat er meer mogelijkheden zijn om de ambitie van een natuurlijker Nederland te financieren. Sommigen pleiten ervoor simpelweg het geld beschikbaar te maken. Een goede 100 miljard euro is, afgezet tegen de te verwachten kosten als we nu niet in actie komen een relatief beperkt bedrag. Dat is een mooie redenering, maar het vereist een hoge mate van verenigde politieke wil om zonder een overtuigende business case hiertoe over te gaan.
Anderen wijzen ons op de potentie van financiering door bedrijven en particulieren. Als er een visie ontstaat van woningen in ruil voor natuur die door de overheid wordt onderschreven, is er ruim voldoende privaat geld beschikbaar. Geld is op dit moment immers ‘gratis’, woningen zijn erg gewild en dat maakt allerlei businessmodellen mogelijk, vooral in combinatie met elkaar: natuurinclusieve landbouw, bosbouw, wonen, recreatie en CO2 certificaten.
Wij onderschrijven deze benadering van private financiering, maar alleen zolang dergelijke initiatieven passen binnen een door de centrale overheid aangenomen visie voor grootschalige transformatie op basis van een nieuwe kaart van Nederland. De private initiatieven moeten de collectieve keuzes bedienen.
Wij denken dus dat een combinatie van publiek en privaat financiering de mooiste denkrichting is. De overheid (centraal op hoofdlijnen, regionaal uitgewerkt) geeft richting aan hoe de ruimte in Nederland ingericht kan worden en met publiek en privaat geld wordt die inrichting gerealiseerd. Denk hierbij aan een centrale grondbank die de uitvoering coördineert met provinciale/regionale instanties.
De landbouw is een belangrijke economische sector en draagt 1,4% bij aan ons BNP. Het hele agrocomplex, waaronder naast de landbouw ook de verwerkende voedings- en genotmiddelenindustrie valt, draagt 6,4% bij. De landbouw bijft in onze voorstellen belangrijk en wordt zelfs belangrijker door nieuwe inkomstenbronnen en het innovatie vermogen in de sector aan te boren. Waar we aan de ene kant een belangrijk deel van onze landbouwinkomsten en de agro industrie in Nederland kwijt zullen raken, komen die in andere vormen van inkomstenbronnen weer terug. Kwalitatief beter voedsel levert hogere prijzen op en boeren kunnen een scala aan nieuwe businessmodellen ontwikkelen, zoals voedsel produceren in combinatie met natuurbeheer, agroforestry en bosbouw of door het ontwikkelen van recreatie. Daar moeten ze wel de ruimte voor krijgen.
7.3 Rechten en plichten, regels en mogelijkheden
Rechten voor natuur
Recentelijk is het pleidooi voor het vastleggen van rechten voor de natuur (bijvoorbeeld van een rivier of het Waddengebied) door een aantal personen kracht bijgezet. Wij sluiten ons daar graag bij aan en zien daarnaast mogelijkheden om de zorgplicht van de overheid, zoals die in het Urgenda arrest is vastgelegd, verder uit te breiden zelfs op te leggen aan natuurlijke en rechtspersonen. Als wij onszelf een collectieve zorgplicht zouden opleggen voor klimaat, milieu en biodiversiteit, gaan onze keuzes er heel anders uitzien. Maar deze fundamentele discussie heeft tijd nodig en mag ons er niet van weerhouden nu al aan de slag te gaan.
Mogelijkheden binnen de huidige kaders
Het creëren van veel meer natuur in Nederland wordt op dit moment niet vergemakkelijkt door het juridische kader. De veelheid aan provinciale en gemeentelijke regels en het gebrek bij bestuurders om daar flexibel mee om te gaan, heeft tot gevolg dat veel innovatieve plannen sneuvelen. Maar hoewel een meer fundamentele juridische verankering van de bescherming van klimaat en biodiversiteit nodig is, kan met een andere centrale visie ook met bestaande juridische middelen al veel bereikt worden.
Omzetting van landbouwgronden in natuur is mogelijk en er bestaan ruimhartige subsidieregelingen. Het daaraan toevoegen van mogelijkheden tot huizenbouw is vaak ook al mogelijk, zeker als dat op bestaande bouwvlakken van agrarisch terrein is. Zo kunnen provincies en gemeenten ook nu al samenwerken aan rood (ontwikkeling) voor groen (natuur) bestemmingswijzigingen.
Dat zou wel moeten gebeuren op basis van een nieuwe ruimtelijke ordeningskaart van Nederland. Die kaart geeft richting en houvast. Wat daarin nodig is, is het loslaten van de harde scheidslijnen tussen wat de bestemming natuur, landbouwgrond of bebouwde omgeving heeft. Dus veel meer ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreëren in de natuur.
Het loslaten van deze strakke kaders werkt bevrijdend en bieden ruimte aan een veelheid aan mooie initiatieven. De nieuwe Omgevingswet is, ondanks alle kritiek erop, in wezen ontworpen vanuit een veel integraler perspectief op de ruimte.
Kortom: met politieke en bestuurlijke visie zien wij dat er heel veel mogelijk is binnen de bestaande juridische kaders.
7.5 Bestuur en uitvoering
Natuurrijk Nederland is een grootschalig plan waarin met centrale regie het meest bereikt kan worden. De vraag is: waar te beginnen? Ook hier een paar keuzes:
Uitvoeringskeuze 1. Centrale regie, decentrale uitvoering
Onze visie is een visie voor heel Nederland. Die vergt centrale regie. Onze eerste keuze is de zorg voor ruimte, wonen, milieu, klimaat en biodiversiteit onder te brengen in één ministerie. Dit nieuwe ministerie zal zich moeten richten op het integraal oplossen van de meest urgente crises: natuur, klimaat, voedsel en wonen. Het ministerie gaat regie voeren en voortgang stimuleren, maar de uitvoering ligt voor een goed deel decentraal.
Uitvoeringskeuze 2: maak een landelijke kaart en principes
De minister organiseert het proces van het ontwerpen van de nieuwe kaart voor Nederland. Die landelijke kaart kan vervolgens op regionaal niveau (tussen provincies en gemeenten) verder uitgewerkt en ingevuld worden. Tevens legt de minister de principes vast van de transformatie: hoe de inzet van woningen voor natuur kan geschieden, hoe tussen de regio’s coördinatie en uitruil kan plaatsvinden (het moet mogelijk zijn om huizen te bouwen in Limburg op basis van grote hoeveelheden grond die zijn aangeboden in Groningen), hoe de geldstromen kunnen lopen en hoe de bestemmingswijzingen met snelheid kunnen worden uitgevoerd. Met die kaart en de principes kunnen provinciale en gemeentelijke instanties aan de slag. Binnen een jaar na aantreden van het nieuwe kabinet zouden dan de nationale kaders helder kunnen zijn en gebruikt worden in de praktijk.
Uitvoeringskeuze 3: creëer een uitvoeringsinstantie
Om integraal uit te kunnen voeren is een uitvoeringsinstantie nodig: deze combineert de financiële processen (geld beheren en uitgeven) en de inrichtingsprocessen. Dit kan een landelijke uitvoeringsinstantie zijn, zoals een centrale grondbank, met regionale afdelingen. Dit hoeft geen groot apparaat te worden, omdat er al zoveel geschikte instanties bestaan. Staatsbosbeheer kan bijvoorbeeld een hele belangrijke uitvoeringsinstantie zijn in het aanleggen en beheren van nieuwe natuur. Maar ook private partijen kunnen een grote rol spelen. Het gaat erom dat er coördinatie is en snelle voortgang.
Uitvoeringskeuze 4: stimuleer initiatieven binnen de principes
Private partijen staan nu al te trappelen om actief te worden in de nieuwe verbouwing van Nederland: duurzame huizenbouwers, natuur-inclusieve boeren, investeerders, natuurbeschermende organisaties, etc. Dat enthousiasme en ondernemerschap moet gestimuleerd worden, zolang het gebeurt binnen een centrale visie en volgens de vastgelegde principes. De grootste kansen liggen in publiek/private samenwerking op regionaal niveau.
Uitvoeringskeuze 5: start direct met de staatsgronden
Naaste de bestuurlijke keuzes die we hiervoor beschreven, kan de rijksoverheid een belangrijk besluit nemen: de gronden die in eigendom zijn van het Rijk inzetten voor de noodzakelijke verandering. Het gaat namelijk om 1/3 van het Nederlandse grondgebied! In plaats van kortdurende pachtcontracten, gericht op het genereren van opbrengsten voor de staatskas, kunnen deze gronden gebruikt worden voor het realiseren van natuur, nieuwe circulaire en natuurinclusieve landbouwbedrijven en beperkte hoeveelheden woningbouw op cruciale plekken. Dit is een appèl aan het Rijk om de schroom af te werpen, het collectieve goed in te zetten voor onze collectieve toekomst en de natuur-, klimaat-, en voedselcrises in een klap aan te pakken.
Als de overheid als eerste hiermee de grootschalige transitie in gang zet, zou dat een grote stimulans betekenen voor al die ondernemende en creatieve mensen, zowel in de private sector als bij de (lokale) overheden, die gezamenlijk het nieuwe Nederland kunnen en willen gaan creëren. Dan ontstaat een Natuurrijk Nederland in optima forma.
Sluit dit tabblad in uw browser om terug te keren naar de samenvatting.
(Windows: Crtl+W of Mac: Cmnd+W)