4.2 Voedsel
Ons uitgangspunt voor het voedselsysteem is dat we een betere kwaliteit voedsel willen produceren op de daarvoor geschikte plekken en op een manier die in balans is met de natuur en deze natuur verrijkt. Dat betekent in eerste instantie teelten op logische plekken. Een logica die de volgende drie elementen op een passende wijze bij elkaar brengt: 1) natuur en bodem, 2) vraag en voedselbehoefte en 3) het economische model van een boerenbedrijf en de agrarische industrie. Hierbij verdwijnt het harde onderscheid tussen wat landbouwgrond en natuur is: in grote delen van de nieuwe natuur kan ook voedsel verbouwd worden, die hoogwaardig en winstgevend is. Het Nederlandse agrarisch bedrijf zal er dan heel anders uit gaan zien: met veel meer ruimte voor goed verzorgde dieren die voor betere kwaliteit voedsel zorgen. De maisvelden verdwijnen grotendeels omdat mais niet langer bijgevoerd hoeft te worden. De meeste weilanden van raaigras zijn niet langer nodig om de drijfmest uit te rijden, want die is er veel minder. Het boerenbedrijf kan weer geïntegreerd en in balans zijn met de natuur.
De voedselkeuzes die we voor Natuurrijk Nederland maken zijn grotendeels gebaseerd op de Voedselvisie van Prof Imke de Boer en haar team, waarmee zij de Rockefeller Foundation prijs won.
Voedselkeuze 1: Stroken- en mozaïekteelt
Op de vruchtbare gronden van Nederland - vooral op zee- en rivierklei- en in mindere mate op zandgronden - zien we de monocultuur van de akkers veranderen in productieve stroken- en mozaïek-teelt. Strokenteelt in grootschaliger gebieden, mozaïekteelt op de kleinere velden.
De essentie is dat er verschillende gewassen in stroken en akkers naast elkaar groeien. Door een degelijke diversiteit aan gewassen wordt de bodem sterker en veerkrachtiger en kan op de langere termijn een hogere productiviteit tegen lagere kosten worden bereikt. Het landschap wordt er ook kleuriger van en de biodiversiteit neemt toe.
Voedselkeuze 2: Fruitteelt
Referentie mozaïekteelt
In het rivierengebied is er veel ruimte voor fruitteelt. De rivierklei van de komgronden is bij uitstek geschikt voor deze teelt. Een mooie toevoeging aan deze teelt zijn kippen: hun mest bevordert de groei van de fruitbomen en de kippen zelf worden gezonder en leveren beter vlees en eieren.
Voedselkeuze 3: Zilte teelten
Kustgebieden verzilten. Het wordt steeds lastiger op die vruchtbare gronden traditionele gewassen te telen. Zout-tolerante gewassen hebben daar de toekomst. Dat kunnen specifiek zilte gewassen zijn zoals zeekraal en zeekool, maar ook nieuwe zout-tolerante varianten van aardappelen, penen etc.
Voedselkeuze 4: Stadskwekerijen
De stadskransen om de grote steden bieden ook mogelijkheden tot het verbouwen van voedsel. Hierin kan enorme variatie bestaan. Van specifieke kwekerijen tot voedselbossen tot een revival van de volkstuinen. De bewoners van de stadskransen en de stedelijke populatie kunnen hier zelf aan de slag. De variëteit zal groot zijn en hiermee worden de stadskransen productief en erg aantrekkelijk.
Voedselkeuze 5: Bosbouw en scharrelvee
In de bosgebieden kan bosbouw gecombineerd worden met veeteelt. In deze bossen en open bosparken kan vee relatief ongestoord en extensief grazen: kippen, varkens en koeien gebruiken de boszone voor hun voedsel en leveren via hun mest een natuurlijke bijdrage aan de mineralenhuishouding van het bos. Er zullen minder dieren zijn dan voorheen, maar per stuk leveren ze een hogere opbrengst door de hoge kwaliteit van hun vlees. Daarbij is de kostprijs veel lager omdat de boer niet langer (kracht-)voer hoeft in te kopen.
Foto credits: Jaap Modder
Voedselkeuze 6: Extensieve begrazing
De ruimte die we creëren in de uiterwaarden van de rivieren en beken kunnen goed gebruikt worden voor extensieve begrazing door koeien. Ook hier geldt weer dat de mest niet langer het probleem zal zijn, maar juist de voeding levert voor het gevarieerde en bloemrijke grasland dat weer als voer dient voor die koeien. De kwaliteit van melk gaat erop vooruit en de financiële resultaten van boeren ook, omdat de lagere (voer)kosten de winstmarges ten goede komen.
Foto credits: Jurjen Veerman Photography
Voedselkeuze 7: Niet grondgebonden productie van voedsel
Delen van het voedselsysteem die niet gebonden zijn aan de grond (intensieve veehouderij en (glas)tuinbouw) zien we als een industriële activiteit. Ze vindt in volledig gecontroleerde omstandigheden plaats en is volkomen los komen te staan van de bodem en/of de lokale context. Vaak is het toeval dat het bedrijf gevestigd is waar ooit een voorganger stond. We denken dat deze vormen van voedselproductie in de toekomst minder omvangrijk zullen worden, en - voor zover we überhaupt nog willen kiezen voor intensieve veeteelt - dat ze bij elkaar kunnen worden geplaatst op een paar efficiënte ‘pig- en glassports’ in Nederland. Bij voorkeur waar de milieu-uitstoot kan worden omgezet in hernieuwde grondstoffen en waar de logistiek het meest optimaal te organiseren valt: glastuinbouw het Westland, gebundelde varkenshouderijen bij Eindhoven Airport.
Voedselkeuze 7: niet grondgebonden productie van voedsel
Sluit dit tabblad in uw browser om terug te keren naar de samenvatting.
(Windows: Crtl+W of Mac: Cmnd+W)